KNM oefenexamen 2 KNM-oefenexamen 2: 40 vragen uit alle thema's, met uitleg bij elk antwoord. DUO maakt het aantal vragen en de slaaggrens van het echte KNM-examen niet bekend; het examen duurt 45 minuten . De lengte van dit oefenexamen is onze eigen keuze.
Over deze vragen Dit zijn eigen oefenvragen van FreeExamPath over de officiële KNM-thema's, geschreven in eenvoudig Nederlands, op basis van de wettelijke eindtermen en officiële overheidspagina's. Het zijn geen examen- of oefenvragen van DUO, en FreeExamPath is niet verbonden aan DUO. De wettelijke eindtermen KNM
Zo werkt het inburgeringsexamen →
Alle vragen per thema oefenen
Uw voortgang wordt alleen in deze browser opgeslagen.
Vraag 1 · Meerkeuze
Wat geldt voor lessen over seksualiteit en seksuele diversiteit op de basisschool? A De school kiest zelf of dit onderwerp voorkomt. B De school moet hier aandacht aan besteden. C De school mag hierover alleen met ouders praten. D De school laat dit onderwerp volledig aan ouders.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — De school moet hier aandacht aan besteden.
Waarom? Basisscholen moeten aandacht besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit. De lessen passen bij de leeftijd van de kinderen. Bron
Een fout melden
Vraag 2 · Meerkeuze
Van welke organisatie krijgen mensen bijstand? A Van hun gemeente. B Van hun zorgverzekeraar. C Van hun vorige werkgever.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Van hun gemeente.
Waarom? Bijstand is financiële hulp via de gemeente voor mensen die aan de voorwaarden voldoen. Bron
Een fout melden
Vraag 3 · Meerkeuze
Wie kan een patiënt doorverwijzen naar een medisch specialist? A De apotheker. B De huisarts. C De kraamverzorger. D De zorgverzekeraar.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — De huisarts.
Waarom? De huisarts kan een verwijzing naar een specialist geven. Een specialist is een arts voor bepaalde ziekten of lichaamsdelen. Bron
Een fout melden
Vraag 4 · Meerkeuze
Wat wordt bedoeld met de Holocaust? A De vervolging en moord op Joden door de nazi's. B De bevrijding van Nederland aan het einde van de oorlog. C De groei van de economie na de Tweede Wereldoorlog. D De oprichting van de Verenigde Naties na de oorlog.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De vervolging en moord op Joden door de nazi's.
Waarom? Tijdens de Holocaust vervolgen en vermoorden de nazi's Joden. Ook veel Nederlandse Joden worden vermoord. Bron
Een fout melden
Vraag 5 · Meerkeuze
Welke relatievorm is, net als een huwelijk, in de wet geregeld? A Een geregistreerd partnerschap. B Een vaste verkering. C Een verloving. D Een vriendschap.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Een geregistreerd partnerschap.
Waarom? Een geregistreerd partnerschap is een wettelijke relatievorm voor twee partners. Er horen rechten en plichten bij. Bron
Een fout melden
Vraag 6 · Meerkeuze
Welk document geeft een overzicht van uw loon en uw werkuren? A Uw huurcontract. B Uw schooldiploma. C Uw zorgpolis. D Uw loonstrook.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — Uw loonstrook.
Waarom? Een loonstrook is een overzicht van uw loon. Er staat ook hoeveel uren u werkt. Bron
Een fout melden
Vraag 7 · Meerkeuze
Hoe werkt een rechter in Nederland? A Onafhankelijk van regering en parlement. B Volgens opdrachten van de Kamerleden. C Volgens opdrachten van de minister van Justitie.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Onafhankelijk van regering en parlement.
Waarom? Een rechter beslist over een rechtszaak op basis van de wet. De regering en het parlement bepalen de uitspraak niet. Bron
Een fout melden
Vraag 8 · Meerkeuze
Wat betekent een vast tarief tijdens de afgesproken periode van een energiecontract? A De afgesproken prijs per eenheid energie, zonder belastingen, blijft gelijk. B De belastingen op gas en stroom blijven gelijk. C De totale rekening voor gas of stroom blijft gelijk. D Het verbruik van gas of stroom blijft gelijk.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De afgesproken prijs per eenheid energie, zonder belastingen, blijft gelijk.
Waarom? Tijdens die periode blijft de afgesproken prijs per eenheid energie zonder belastingen gelijk. De totale rekening kan veranderen door uw verbruik en belastingen. Bron
Een fout melden
Vraag 9 · Meerkeuze
Wat is een doel van gesprekken tussen ouders en school? A De ontwikkeling van het kind bespreken. B De salarissen van de leerkrachten vaststellen. C De wettelijke schoolvakanties veranderen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De ontwikkeling van het kind bespreken.
Waarom? Tijdens oudergesprekken bespreken ouders en school hoe het kind leert en zich ontwikkelt. Bron
Een fout melden
Vraag 10 · Meerkeuze
Wat is verplicht als uw inkomen verandert terwijl u bijstand krijgt? A De verandering pas bij een verhuizing doorgeven. B De verandering alleen aan de zorgverzekeraar doorgeven. C De verandering alleen aan de werkgever doorgeven. D De verandering meteen aan de gemeente doorgeven.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — De verandering meteen aan de gemeente doorgeven.
Waarom? Bij bijstand geldt een plicht om belangrijke veranderingen meteen aan de gemeente door te geven. Dit geldt ook voor veranderingen in inkomen. Bron
Een fout melden
Vraag 11 · Meerkeuze
Welke dienst biedt dringende huisartsenzorg in de avond, nacht en het weekend? A De huisartsenpost. B De thuiszorg. C De tandartspraktijk. D Het consultatiebureau.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De huisartsenpost.
Waarom? De huisartsenpost biedt dringende huisartsenzorg buiten de gewone openingstijden. Bron
Een fout melden
Vraag 12 · Meerkeuze
Welk woord betekent haat tegen Joden? A Democratie. B Antisemitisme. C Emancipatie.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Antisemitisme.
Waarom? Antisemitisme betekent haat tegen Joden. Het is een vorm van discriminatie. Bron
Een fout melden
Vraag 13 · Meerkeuze
Wat betekent nettoloon? A Het loon dat alleen uit vakantiegeld bestaat. B Het loon dat na inhoudingen overblijft. C Het loon voordat er iets wordt ingehouden.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Het loon dat na inhoudingen overblijft.
Waarom? Nettoloon is wat overblijft na inhoudingen, zoals belasting en premies. Bron
Een fout melden
Vraag 14 · Meerkeuze
Wat betekent actief kiesrecht? A Het recht om gekozen te worden. B Het recht om een wet te maken. C Het recht om te stemmen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Het recht om te stemmen.
Waarom? Actief kiesrecht is het recht om bij verkiezingen te stemmen. Er gelden voorwaarden voor wie mag stemmen. Bron
Een fout melden
Vraag 15 · Meerkeuze
Wat vieren mensen met Oud en Nieuw? A De komst van de lente. B De verjaardag van de koning. C De overgang naar een nieuw jaar.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — De overgang naar een nieuw jaar.
Waarom? Oud en Nieuw is het feest rond het einde van het oude jaar en het begin van het nieuwe jaar. Bron
Een fout melden
Vraag 16 · Meerkeuze
Wat staat op de jaarafrekening voor water? A De huur en de borg. B Het loon en de belasting. C Het verbruik en de kosten.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Het verbruik en de kosten.
Waarom? De jaarafrekening laat zien hoeveel water u heeft gebruikt en wat dat kost. Bron
Een fout melden
Vraag 17 · Meerkeuze
Een ouder betaalt geen vrijwillige ouderbijdrage. Wat geldt bij een schoolreis die de school organiseert? A Het kind mag alleen mee na volledige betaling. B Het kind mag toch met de klas mee. C Het kind mag alleen mee als betalende ouders toestemmen. D Het kind krijgt verplicht een andere activiteit op school.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Het kind mag toch met de klas mee.
Waarom? De ouderbijdrage is vrijwillig. Ook zonder betaling mag een kind meedoen aan extra activiteiten die de school organiseert. Bron
Een fout melden
Vraag 18 · Meerkeuze
Welke afspraak staat in een arbeidsovereenkomst? A Het aantal sollicitanten. B Het aantal collega's. C Het aantal klanten. D Het aantal werkuren.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — Het aantal werkuren.
Waarom? Een arbeidsovereenkomst bevat afspraken tussen een werknemer en een werkgever. Daarin staat onder andere hoeveel uren iemand werkt. Bron
Een fout melden
Vraag 19 · Meerkeuze
Wanneer is 112 het juiste nummer voor medische hulp? A Als iemand een herhaalrecept nodig heeft. B Als iemands leven in gevaar is. C Als iemand een gewone controle wil.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Als iemands leven in gevaar is.
Waarom? Bij een levensbedreigende situatie is 112 het alarmnummer voor directe hulp. Bron
Een fout melden
Vraag 20 · Meerkeuze
Aan wie denken mensen tijdens de Nationale Dodenherdenking? A Aan alle overleden koningen. B Aan alle overleden familieleden. C Aan slachtoffers van oorlogen. D Aan slachtoffers van verkeersongelukken.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Aan slachtoffers van oorlogen.
Waarom? Tijdens de Nationale Dodenherdenking herdenken mensen oorlogsslachtoffers. Zij staan stil bij de mensen die zijn omgekomen. Bron
Een fout melden
Vraag 21 · Meerkeuze
Over welke periode gaat een jaaropgave van uw werkgever? A Over een kalenderjaar. B Over een werkweek. C Over een werkdag.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Over een kalenderjaar.
Waarom? Een jaaropgave geeft uw totale loon en ingehouden belasting over een kalenderjaar. Bron
Een fout melden
Vraag 22 · Meerkeuze
Wie worden bij de gemeenteraadsverkiezingen gekozen? A De leden van de gemeenteraad. B De leden van de Eerste Kamer. C De rechters van de rechtbank. D De ministers van de regering.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De leden van de gemeenteraad.
Waarom? Bij gemeenteraadsverkiezingen kiezen stemgerechtigde inwoners de leden van de gemeenteraad. Deze raad vertegenwoordigt de inwoners van de gemeente. Bron
Een fout melden
Vraag 23 · Meerkeuze
Wat is vrijwilligerswerk? A Werk dat iemand verplicht voor een werkgever doet. B Werk dat iemand alleen tijdens een opleiding doet. C Werk dat iemand vrijwillig en zonder loon doet. D Werk dat iemand alleen thuis tegen loon doet.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Werk dat iemand vrijwillig en zonder loon doet.
Waarom? Vrijwilligerswerk doet iemand uit vrije keuze, zonder loon. Dat kan bijvoorbeeld bij een vereniging zijn. Bron
Een fout melden
Vraag 24 · Meerkeuze
Bij welk bedrijf meldt u een storing in de levering van water? A Bij uw waterbedrijf. B Bij uw verzekeringsmaatschappij. C Bij uw woningmakelaar. D Bij uw internetbedrijf.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Bij uw waterbedrijf.
Waarom? Het waterbedrijf levert water aan uw woning. Een storing in die levering meldt u bij dat bedrijf. Bron
Een fout melden
Vraag 25 · Meerkeuze
Welke organisatie regelt studiefinanciering voor studenten? A De Belastingdienst. B De zorgverzekeraar. C DUO.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — DUO.
Waarom? DUO regelt studiefinanciering: geld van de overheid voor studenten die aan de voorwaarden voldoen. Bron
Een fout melden
Vraag 26 · Meerkeuze
Wat kenmerkt een tijdelijk arbeidscontract? A Het werk is altijd in deeltijd. B Er is een afgesproken einde. C Er is geen afgesproken einde.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Er is een afgesproken einde.
Waarom? Bij een tijdelijk arbeidscontract is een einde afgesproken. Een vast contract heeft geen afgesproken einddatum. Bron
Een fout melden
Vraag 27 · Meerkeuze
Wat geldt voor een aanvullende zorgverzekering? A Deze extra verzekering is vrijwillig. B Deze extra verzekering vervangt de basisverzekering. C Deze extra verzekering is voor iedereen verplicht.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Deze extra verzekering is vrijwillig.
Waarom? Een aanvullende zorgverzekering is extra en vrijwillig. Daarmee kunt u bepaalde zorg buiten het basispakket verzekeren. Bron
Een fout melden
Vraag 28 · Meerkeuze
Wat vieren mensen op Bevrijdingsdag? A De bevrijding en de vrijheid. B Het ontstaan van het koninkrijk. C De verjaardag van de koning.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De bevrijding en de vrijheid.
Waarom? Op Bevrijdingsdag vieren mensen de bevrijding van de Duitse bezetting en de vrijheid. Bron
Een fout melden
Vraag 29 · Meerkeuze
Welke kosten helpt de zorgtoeslag te betalen? A De kosten van uw kinderopvang. B De kosten van uw huurwoning. C De kosten van uw zorgverzekering. D De kosten van uw opleiding.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — De kosten van uw zorgverzekering.
Waarom? Zorgtoeslag is geld voor een deel van de kosten van uw zorgverzekering. Hiervoor gelden voorwaarden. Bron
Een fout melden
Vraag 30 · Meerkeuze
Wat zegt de Grondwet over discriminatie? A Discriminatie is een vrije keuze. B Discriminatie is verboden. C Discriminatie is alleen thuis toegestaan.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Discriminatie is verboden.
Waarom? De Grondwet bevat de belangrijkste rechten van mensen in Nederland. Daarin staat dat discriminatie verboden is. Bron
Een fout melden
Vraag 31 · Meerkeuze
Uw inkomen verandert terwijl u kinderopvangtoeslag krijgt. Waar meldt u dit? A Bij de Kamer van Koophandel. B Bij de Sociale Verzekeringsbank. C Bij Dienst Toeslagen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Bij Dienst Toeslagen.
Waarom? Bij kinderopvangtoeslag meldt u een verandering van uw inkomen aan Dienst Toeslagen. Deze dienst regelt de toeslag. Bron
Een fout melden
Vraag 32 · Meerkeuze
Wat geldt voor de vrijheid van meningsuiting in Nederland? A Voor elke mening is toestemming nodig. B Alleen volwassenen mogen hun mening geven. C Een mening is alleen thuis toegestaan. D Er zijn grenzen in de wet.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — Er zijn grenzen in de wet.
Waarom? Vrijheid van meningsuiting betekent dat u mag zeggen wat u vindt. De wet stelt wel grenzen aan deze vrijheid. Bron
Een fout melden
Vraag 33 · Meerkeuze
Wat regelt een cao? A Afspraken over huur voor een groep bewoners. B Afspraken over werk voor een groep werknemers. C Afspraken over zorg voor een groep patiënten. D Afspraken over lessen voor een groep leerlingen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Afspraken over werk voor een groep werknemers.
Waarom? Een cao is een collectieve arbeidsovereenkomst. Hierin staan afspraken over werk, zoals loon en verlof, voor een groep werknemers. Bron
Een fout melden
Vraag 34 · Meerkeuze
Wat geldt voor het eigen risico bij een gewoon bezoek aan de huisarts? A Voor de huisarts geldt een apart eigen risico. B U betaalt het bezoek uit het eigen risico. C Dit bezoek valt buiten het eigen risico.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Dit bezoek valt buiten het eigen risico.
Waarom? Een bezoek aan de huisarts valt buiten het eigen risico. Dit is het bedrag dat u voor bepaalde zorg eerst zelf betaalt. Bron
Een fout melden
Vraag 35 · Meerkeuze
Wat betekent het woord arbeidsmigrant? A Iemand die voor vakantie naar een ander land reist. B Iemand die voor familiebezoek naar een ander land reist. C Iemand die voor werk naar een ander land verhuist.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Iemand die voor werk naar een ander land verhuist.
Waarom? Arbeidsmigranten komen naar Nederland voor werk. Zij zijn een van de groepen die na de oorlog naar Nederland komen. Bron
Een fout melden
Vraag 36 · Meerkeuze
Wie bepaalt hoe huishoudelijk afval in uw woonplaats wordt opgehaald? A De energieleverancier. B De gemeente. C De woningcorporatie.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — De gemeente.
Waarom? De gemeente regelt de inzameling van huishoudelijk afval. De manier van ophalen kan per gemeente verschillen. Bron
Een fout melden
Vraag 37 · Meerkeuze
Wat is voorschoolse educatie? A Een opleiding aan de universiteit. B Lessen voor ouders na het werk, bijvoorbeeld over de Nederlandse taal en cultuur. C Extra begeleiding voor jonge kinderen voordat ze naar de basisschool gaan.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Extra begeleiding voor jonge kinderen voordat ze naar de basisschool gaan.
Waarom? Voorschoolse educatie is voor kinderen jonger dan vier jaar. Het helpt hen, bijvoorbeeld met taal, voordat ze naar de basisschool gaan. Bron
Een fout melden
Vraag 38 · Meerkeuze
Welke gebeurtenis vieren mensen bij een bruiloft? A Een huwelijk. B Een geslaagd examen. C Een geboorte.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Een huwelijk.
Waarom? Een bruiloft is een feest bij een huwelijk. Families kunnen daarbij verschillende gewoonten hebben. Bron
Een fout melden
Vraag 39 · Meerkeuze
Welke organisatie betaalt kinderbijslag? A De Sociale Verzekeringsbank. B De zorgverzekeraar. C De Belastingdienst.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De Sociale Verzekeringsbank.
Waarom? De Sociale Verzekeringsbank betaalt kinderbijslag. Dit geld helpt bij de kosten van het opvoeden van kinderen. Bron
Een fout melden
Vraag 40 · Meerkeuze
Wat betekent vrijheid van godsdienst? A De regering kiest een geloof voor u. B Uw werkgever kiest een geloof voor u. C U mag zelf een geloof kiezen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — U mag zelf een geloof kiezen.
Waarom? U mag zelf kiezen wat u gelooft. U mag ook kiezen om geen geloof te hebben. Bron
Een fout melden
Genummerde oefentoetsen Officiële bronnen (2) · laatst gecontroleerd op 18 oktober 2026