KNM oefenexamen 1 KNM-oefenexamen 1: 40 vragen uit alle thema's, met uitleg bij elk antwoord. DUO maakt het aantal vragen en de slaaggrens van het echte KNM-examen niet bekend; het examen duurt 45 minuten . De lengte van dit oefenexamen is onze eigen keuze.
Over deze vragen Dit zijn eigen oefenvragen van FreeExamPath over de officiële KNM-thema's, geschreven in eenvoudig Nederlands, op basis van de wettelijke eindtermen en officiële overheidspagina's. Het zijn geen examen- of oefenvragen van DUO, en FreeExamPath is niet verbonden aan DUO. De wettelijke eindtermen KNM
Zo werkt het inburgeringsexamen →
Alle vragen per thema oefenen
Uw voortgang wordt alleen in deze browser opgeslagen.
Vraag 1 · Meerkeuze
Wat is DigiD? A Uw digitale identiteit voor zaken met de overheid. B Uw digitale klantenkaart voor korting in winkels. C Uw digitale bankrekening voor het betalen van rekeningen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Uw digitale identiteit voor zaken met de overheid.
Waarom? Met DigiD laat u online zien wie u bent. Zo kunt u zaken met de overheid regelen. Bron
Een fout melden
Vraag 2 · Meerkeuze
Welke twee kamers vormen het Nederlandse parlement? A De gemeenteraad en Provinciale Staten. B De Eerste Kamer en de Tweede Kamer. C De ministerraad en de gemeenteraad.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — De Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
Waarom? Het parlement bestaat uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. Samen vertegenwoordigen zij het Nederlandse volk. Bron
Een fout melden
Vraag 3 · Meerkeuze
Wat is de hoofdtaak van een uitzendbureau? A Mensen helpen om werk te vinden. B Mensen helpen om een woning te huren. C Mensen helpen om een paspoort aan te vragen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Mensen helpen om werk te vinden.
Waarom? Een uitzendbureau helpt mensen om werk te vinden, vaak tijdelijk werk bij bedrijven. Bron
Een fout melden
Vraag 4 · Meerkeuze
Welke arts is meestal het eerste contact bij gewone gezondheidsklachten? A De huisarts. B De chirurg. C De oogarts.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De huisarts.
Waarom? De huisarts is meestal de eerste arts bij gezondheidsklachten. Deze arts behandelt veel voorkomende klachten. Bron
Een fout melden
Vraag 5 · Meerkeuze
Wat kenmerkt de Nederlandse handel in de zeventiende eeuw? A Schepen vervoeren goederen alleen tussen Nederlandse steden. B Handel met andere werelddelen is in Nederland verboden. C Schepen brengen goederen van en naar verre landen. D Nederlandse havens laten geen buitenlandse schepen toe.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Schepen brengen goederen van en naar verre landen.
Waarom? In de zeventiende eeuw zorgen scheepvaart en handel voor economische groei in Nederland. Bron
Een fout melden
Vraag 6 · Meerkeuze
Wat staat in een huurcontract? A De afspraken tussen koper en hypotheekbank. B De afspraken tussen bewoner en energieleverancier. C De afspraken tussen huurder en verhuurder.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — De afspraken tussen huurder en verhuurder.
Waarom? Een huurcontract bevat de afspraken over het huren van de woning. Er staat bijvoorbeeld hoeveel huur u betaalt. Bron
Een fout melden
Vraag 7 · Meerkeuze
Vanaf welke leeftijd geldt normaal de leerplicht? A Vanaf zes jaar. B Vanaf vijf jaar. C Vanaf vier jaar.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Vanaf vijf jaar.
Waarom? Leerplicht is de wettelijke plicht om naar school te gaan. Deze begint in de maand nadat een kind vijf wordt. Bron
Een fout melden
Vraag 8 · Meerkeuze
Wat geldt voor omgangsvormen in Nederland? A Ze kunnen per groep en generatie verschillen. B Ze zijn voor alle generaties hetzelfde. C Ze zijn door de regering vastgesteld in een wet.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Ze kunnen per groep en generatie verschillen.
Waarom? Omgangsvormen zijn gewoonten in het contact tussen mensen. Ze kunnen verschillen tussen groepen, regio's en generaties. Bron
Een fout melden
Vraag 9 · Meerkeuze
Wat is het BSN? A Een polisnummer voor contact met uw verzekeraar. B Een persoonlijk nummer voor contact met de overheid. C Een inlogcode voor het bekijken van uw bankrekening. D Een klantnummer voor bestellingen bij een webwinkel.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Een persoonlijk nummer voor contact met de overheid.
Waarom? Het burgerservicenummer, of BSN, is uw eigen persoonsnummer. U gebruikt het bij contact met de overheid. Bron
Een fout melden
Vraag 10 · Meerkeuze
Wie vormen samen de Nederlandse regering? A De ministers en de staatssecretarissen. B De koning en de burgemeesters. C De ministers en de rechters. D De koning en de ministers.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — De koning en de ministers.
Waarom? De regering bestaat uit de koning en alle ministers. Het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Bron
Een fout melden
Vraag 11 · Meerkeuze
Welke informatie hoort in een cv voor een baan? A Uw opleiding en eerdere banen. B De banen van uw buren. C De uitgaven van uw gezin. D De opleiding van uw ouders.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Uw opleiding en eerdere banen.
Waarom? Een cv is een overzicht van uw opleiding en werkervaring. Een werkgever gebruikt dit bij een sollicitatie. Bron
Een fout melden
Vraag 12 · Meerkeuze
Waarvoor biedt de huisarts ook hulp? A Voor de berekening van het inkomen. B Voor het afsluiten van een verzekering. C Voor angst en langdurige somberheid. D Voor een aanvraag van een huurwoning.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Voor angst en langdurige somberheid.
Waarom? U kunt ook angst en somberheid met de huisarts bespreken. Dit zijn psychische klachten. Bron
Een fout melden
Vraag 13 · Meerkeuze
Wat gebeurt er met mensen die Nederland in de koloniale tijd tot slaaf maakt? A Zij kiezen zelf hun werk en werkgever. B Zij worden als bezit gekocht en verkocht. C Zij kunnen zelf stoppen met hun werk.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Zij worden als bezit gekocht en verkocht.
Waarom? Nederland maakt in de koloniale tijd mensen tot slaaf en verhandelt hen. Deze mensen verliezen hun vrijheid. Bron
Een fout melden
Vraag 14 · Meerkeuze
Wat doet een woningcorporatie onder andere? A Bouwvergunningen voor woningen afgeven. B De energiebelasting voor woningen vaststellen. C Sociale huurwoningen verhuren. D Hypotheken aan kopers geven.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Sociale huurwoningen verhuren.
Waarom? Een woningcorporatie is een organisatie die woningen verhuurt. Daar horen ook sociale huurwoningen bij. Bron
Een fout melden
Vraag 15 · Meerkeuze
Welk diploma geldt als startkwalificatie? A Een diploma havo. B Een mbo-diploma op niveau één. C Een diploma vmbo.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Een diploma havo.
Waarom? Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of minimaal mbo niveau twee. Alleen een vmbo-diploma is daarvoor onvoldoende. Bron
Een fout melden
Vraag 16 · Meerkeuze
Wat betekent het als iemand direct spreekt? A Op een antwoord van anderen wachten. B Vooral via geschreven berichten praten. C Alleen met bekende mensen spreken. D Duidelijk zeggen wat je bedoelt.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — Duidelijk zeggen wat je bedoelt.
Waarom? Veel mensen in Nederland zeggen duidelijk wat zij bedoelen. Dit wordt direct spreken genoemd. Bron
Een fout melden
Vraag 17 · Meerkeuze
Welke organisatie geeft informatie over het plannen van inkomsten en uitgaven? A Nibud. B De politie. C De Huurcommissie.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Nibud.
Waarom? Nibud geeft informatie over omgaan met geld. Dat helpt bij het plannen van inkomsten en uitgaven. Bron
Een fout melden
Vraag 18 · Meerkeuze
Wie is voorzitter van de ministerraad? A De voorzitter van de Tweede Kamer. B De koning. C De minister-president.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — De minister-president.
Waarom? Alle ministers vormen samen de ministerraad. De minister-president is de voorzitter. Bron
Een fout melden
Vraag 19 · Meerkeuze
Welke eis kan een werkgever stellen als Nederlands nodig is voor het werk? A Dat een werknemer in Nederland geboren is. B Dat een werknemer Nederlandse ouders of een Nederlands paspoort heeft. C Dat een werknemer voldoende Nederlands spreekt.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Dat een werknemer voldoende Nederlands spreekt.
Waarom? Een werkgever mag kennis van het Nederlands vragen als dat nodig is voor het werk. De eis gaat over taalvaardigheid. Bron
Een fout melden
Vraag 20 · Meerkeuze
Wat betekent het beroepsgeheim van een huisarts? A De werkgever ontvangt alle medische informatie. B Familieleden krijgen automatisch alle medische informatie. C Medische informatie blijft in principe vertrouwelijk.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Medische informatie blijft in principe vertrouwelijk.
Waarom? Door het beroepsgeheim beschermt de huisarts persoonlijke medische informatie. Die informatie is dus vertrouwelijk. Bron
Een fout melden
Vraag 21 · Meerkeuze
Waartegen beschermen dijken het land? A Tegen overstromingen. B Tegen bosbranden. C Tegen aardbevingen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Tegen overstromingen.
Waarom? Dijken houden water tegen. Ze helpen het land te beschermen tegen overstromingen. Bron
Een fout melden
Vraag 22 · Meerkeuze
Wat wordt u als u een woning koopt? A De huurder van de woning. B De eigenaar van de woning. C De beheerder van de woning.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — De eigenaar van de woning.
Waarom? Na de aankoop bent u eigenaar van de woning. Bron
Een fout melden
Vraag 23 · Meerkeuze
Wat kenmerkt het onderwijs op een openbare school? A De school is alleen voor kinderen van één godsdienst. B De school is alleen voor kinderen met Nederlandse ouders. C De school geeft les zonder een godsdienst als basis. D De school is alleen voor kinderen met een leerprobleem.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — De school geeft les zonder een godsdienst als basis.
Waarom? Openbaar onderwijs gaat niet uit van een bepaalde godsdienst of levensovertuiging. Een openbare school staat open voor alle leerlingen. Bron
Een fout melden
Vraag 24 · Meerkeuze
Waar kan iemand hulp vragen bij grote schulden? A Bij de afdeling afval van de gemeente. B Bij de schuldhulpverlening van de gemeente. C Bij de afdeling paspoorten van de gemeente.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Bij de schuldhulpverlening van de gemeente.
Waarom? Schuldhulpverlening helpt mensen met geldschulden. De gemeente kan deze hulp regelen. Bron
Een fout melden
Vraag 25 · Meerkeuze
Wie maken samen de landelijke wetten? A De regering en het parlement. B Het parlement en de politie. C De regering en de burgemeesters. D De rechters en de burgemeesters.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — De regering en het parlement.
Waarom? De regering en het parlement maken samen de landelijke wetten. Samen hebben zij de wetgevende macht. Bron
Een fout melden
Vraag 26 · Meerkeuze
Wat betekent 'op afspraak' bij een bezoek? A Iedereen kan op elk moment komen. B Er is vooraf een tijd afgesproken. C Alleen familieleden mogen op bezoek komen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Er is vooraf een tijd afgesproken.
Waarom? Bij een afspraak spreken mensen vooraf een tijd af. In Nederland worden bezoeken vaak zo geregeld. Bron
Een fout melden
Vraag 27 · Meerkeuze
Wat laat een beoordeling van een buitenlands diploma zien? A Op welke leeftijd iemand met werken moet stoppen. B Met welk Nederlands diploma het vergelijkbaar is. C Bij welke werkgever iemand direct moet beginnen. D Hoeveel loon iemand later precies gaat verdienen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Met welk Nederlands diploma het vergelijkbaar is.
Waarom? Een beoordeling vergelijkt het buitenlandse diploma met het Nederlandse onderwijs. Zo wordt het niveau van de opleiding duidelijker. Bron
Een fout melden
Vraag 28 · Meerkeuze
Waar haalt een patiënt medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn? A Bij een supermarkt. B Bij een apotheek. C Bij een drogist.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Bij een apotheek.
Waarom? Medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn, haalt u bij een apotheek. Een recept is een voorschrift van een arts. Bron
Een fout melden
Vraag 29 · Meerkeuze
Wat is het Wilhelmus? A Een Nederlandse provincie. B Een Nederlandse feestdag. C Het Nederlandse volkslied. D Een Nederlands paleis.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Het Nederlandse volkslied.
Waarom? Het Wilhelmus is het volkslied van Nederland. Een volkslied is het officiële lied van een land. Bron
Een fout melden
Vraag 30 · Meerkeuze
Welke organisatie kan de huurprijs van een sociale huurwoning beoordelen? A De Sociale Verzekeringsbank. B De Huurcommissie. C De politie. D De Kamer van Koophandel.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — De Huurcommissie.
Waarom? De Huurcommissie behandelt problemen tussen huurders en verhuurders. Zij kan bijvoorbeeld de huurprijs van een sociale huurwoning beoordelen. Bron
Een fout melden
Vraag 31 · Meerkeuze
Wat is buitenschoolse opvang? A Een andere naam voor de basisschool. B Opvang voor kinderen buiten hun schooluren. C Extra schoollessen onder de gewone lestijd.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Opvang voor kinderen buiten hun schooluren.
Waarom? Buitenschoolse opvang is opvang voor en na school, op vrije dagen en in schoolvakanties. Bron
Een fout melden
Vraag 32 · Meerkeuze
Aan welke gemeente geeft u een verhuizing binnen Nederland door? A Aan de gemeente waar u gaat wonen. B Aan de gemeente waar uw ouders wonen. C Aan de gemeente waar u bent geboren. D Aan de gemeente waar u uw werk heeft.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Aan de gemeente waar u gaat wonen.
Waarom? U meldt de verhuizing bij de gemeente waar u gaat wonen. Deze gemeente past uw adres aan in de Basisregistratie Personen. Bron
Een fout melden
Vraag 33 · Meerkeuze
Heeft een burger van een ander EU-land een werkvergunning nodig om in Nederland te werken? A Ja, bij een vaste baan. B Ja, voor iedere betaalde baan. C Nee, een werkvergunning is niet nodig.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Nee, een werkvergunning is niet nodig.
Waarom? EU betekent Europese Unie. Burgers van EU-landen hebben geen werkvergunning nodig om in Nederland te werken. Bron
Een fout melden
Vraag 34 · Meerkeuze
Welke organisatie regelt de WW-uitkering na verlies van werk? A UWV. B De Belastingdienst. C De gemeente.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — UWV.
Waarom? UWV regelt de WW-uitkering. Dit is een uitkering bij werkloosheid, waarvoor onder meer het arbeidsverleden telt. Bron
Een fout melden
Vraag 35 · Meerkeuze
Twee volwassen vrouwen willen met elkaar trouwen. Wat staat de Nederlandse wet toe? A Zij mogen alleen een geregistreerd partnerschap sluiten. B Zij mogen met elkaar trouwen. C Zij mogen alleen ongehuwd samenwonen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: B — Zij mogen met elkaar trouwen.
Waarom? In Nederland kunnen twee vrouwen met elkaar trouwen. Het huwelijk is ook mogelijk voor twee mannen. Bron
Een fout melden
Vraag 36 · Meerkeuze
Welke zorg biedt het consultatiebureau aan jonge kinderen? A Spoedoperaties in het ziekenhuis uitvoeren. B Een ambulance sturen bij ernstige ongevallen. C Gaatjes in het gebit behandelen. D Hun groei en ontwikkeling volgen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — Hun groei en ontwikkeling volgen.
Waarom? Het consultatiebureau volgt de groei, gezondheid en ontwikkeling van jonge kinderen. Bron
Een fout melden
Vraag 37 · Meerkeuze
Welk leger bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog? A Het Amerikaanse leger. B Het Britse leger. C Het Duitse leger.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Het Duitse leger.
Waarom? Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezet het Duitse leger Nederland. Nederland staat dan onder Duitse bezetting. Bron
Een fout melden
Vraag 38 · Meerkeuze
Waarvoor betaalt een huishouden afvalstoffenheffing aan de gemeente? A Voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval. B Voor het leveren en zuiveren van drinkwater. C Voor het aanleggen en onderhouden van snelwegen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: A — Voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval.
Waarom? Afvalstoffenheffing is een gemeentelijke belasting. Hiermee betaalt de gemeente het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Bron
Een fout melden
Vraag 39 · Meerkeuze
Waarom zijn de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in Nederland gescheiden? A Om verkiezingen alleen voor ministers te organiseren. B Om iedere provincie eigen landelijke wetten te geven. C Om rechters de regering te laten kiezen. D Om te veel macht bij één groep te voorkomen.
Antwoord tonen Juiste antwoord: D — Om te veel macht bij één groep te voorkomen.
Waarom? De machten controleren elkaar. Zo krijgt één persoon of kleine groep mensen niet alle macht. Bron
Een fout melden
Vraag 40 · Meerkeuze
Aan wie geeft u gevraagde meterstanden door voor uw energiecontract? A Aan uw hypotheekbank. B Aan uw gemeente. C Aan uw energieleverancier.
Antwoord tonen Juiste antwoord: C — Aan uw energieleverancier.
Waarom? De energieleverancier levert gas of elektriciteit. Met de meterstanden kan het bedrijf uw verbruik berekenen. Bron
Een fout melden
Genummerde oefentoetsen Officiële bronnen (2) · laatst gecontroleerd op 18 oktober 2026