Een beschouwing van Elena Marković
Iedereen die Nederlands leert, kent het. Je hebt je zin in gedachten al drie keer geoefend, je loopt naar de kassa en je zegt: 'Mag ik een broodje kaas, alstublieft?' Waarop de caissière vriendelijk glimlacht en in vloeiend Engels vraagt of je er ook iets te drinken bij wilt. Je voelt je betrapt, alsof je een toneelstuk speelt waarvan iedereen weet dat het nep is.
Toen ik zes jaar geleden in Nederland kwam wonen, ergerde ik me daar enorm aan. Ik vond het onbeleefd. Begrepen ze dan niet dat ik moeite deed? Inmiddels denk ik er genuanceerder over. De meeste Nederlanders bedoelen het niet slecht, integendeel. Ze willen je helpen, ze willen het gesprek soepel laten verlopen, en ze zijn trots op hun Engels. Wie overschakelt, denkt meestal niet 'jouw Nederlands is slecht', maar 'zo gaat het sneller'.
Toch heeft die vriendelijkheid een prijs, en die betaalt de taalleerder. Een taal leer je niet uit een boek alleen. Je leert haar in gewone gesprekken, waarin je fouten maakt, iets niet begrijpt en het opnieuw probeert. Als die gesprekken steeds in het Engels eindigen, blijf je hangen op het niveau van de klas. Ik ken mensen die al tien jaar hier wonen en nog steeds geen gesprek met hun buren in het Nederlands kunnen voeren. Dat is niet omdat ze lui zijn, maar omdat ze nooit de kans kregen om te oefenen.
Wat kun je eraan doen? Ik heb gemerkt dat het helpt om het gewoon te zeggen: 'Ik leer Nederlands; wilt u alstublieft Nederlands met me blijven praten?' Bijna iedereen reageert daar positief op. Sommigen gaan dan wel extra langzaam en duidelijk praten, alsof je een kind bent, maar dat neem ik voor lief. Het is een begin.
Ook op mijn werk heb ik een afspraak gemaakt. Op de afdeling spreken we Engels, omdat er collega's uit veel verschillende landen werken. Maar met twee Nederlandse collega's lunch ik op woensdag, en dan praten we alleen Nederlands. Ze verbeteren me niet bij elke fout, alleen als ik ze erom vraag. Dat was mijn eigen voorstel, want te veel verbeteringen maken je onzeker.
Toch vind ik dat de verantwoordelijkheid niet alleen bij de nieuwkomer ligt. Van ons wordt verwacht dat we Nederlands leren, en terecht. Maar dan moet de samenleving ons ook de ruimte geven om dat te doen. Dat kost Nederlanders weinig: een beetje geduld, een paar seconden extra aan de kassa.
Mijn Nederlands is nu goed genoeg om deze tekst te schrijven, al heeft een vriendin hem wel even nagelezen. Het heeft me meer tijd gekost dan nodig was. Dus aan iedereen die dit leest en een accent hoort aan de andere kant van de toonbank: schakel niet meteen over. Geef ons die paar seconden.